Have much fun!! Coaching/Training

Terug naar Index Coaching/Training

Analyseren

Analyseren is het achteraf onderzoeken van een partij. Je gaat na welke mogelijkheden er zijn geweest. Door dit goed te doen kun je kennis verzamelen en je manier van denken ontwikkelen.

Oud-wereldkampioen Botwinnik hamerde er altijd op dat een speler zonder grondig analyseren nooit sterk kan worden.In de Volkskrant schreef Ton Sijbrands onlangs dat hij zich nauwgezet aan het advies van Botwinnik houdt. Daardoor is hij soms wel een week met een analyse bezig. Een heel toernooi kan hem zelfs een maand of drie in beslag nemen. `Voor je het weet is het dan al weer herfst geworden', schrijft hij dan ook.

Zo 'erg' hoeft het nou ook weer niet, maar van een kwartiertje met je tegenstander analyseren wordt niemand ziek. Probeer van iedere partij minstens één ding te leren.

De mogelijkheden die een speler in een partij ziet worden bepaald door schaaktechnische en psychologische factoren. Het schaaktechnische denken heeft met stellingskenmerken (thema's) herkennen en rekenvaardigheid te maken. Maar ook psychologische kwesties als angst, hoopvol denken, nonchalance en irritatie beinvloeden je stellingsoordeel.

Het voordeel van analyseren met iemand anders is dat die wellicht weer dingen ziet, die jij niet ziet. Door open te staan voor suggesties van je tegenstander en zelfkritisch te zijn, kun je veel leren tijdens een analyse.

Een hulpmiddel is een analyse-vragenlijst. Door alle schaaktechnische en psychologische vragen te beantwoorden, kun je een partij grondig analyseren. De vragen dwingen je om over dingen na te denken waar je niet zogauw aan denkt.Het is heel nuttig om de lijst te gebruiken bij de analyse van je belangrijkste partijen. Het kost tijd, maar je kunt beter één partij goed analyseren dan tien vluchtig.

Je kunt het ook afwisselen: soms een diepgaande analyse, soms een minder tijdrovende. Concentreer je in ieder geval op de belangrijkste momenten. Oftewel: je kunt beter één moment goed analyseren dan tien vluchtig.

Het is heel leerzaam om regelmatig met een sterkere speler je partijen te analyseren. Je hebt er het meeste aan als je de partijanalyse eerst zelf voorbereidt. Naast het gebruik van de vragenlijst kun je ook bepaalde momenten in de partij tegen de computer uitspelen. Dat levert wellicht weer nieuwe ideeën op. En als je denkt dat het in de opening al fout ging, kun je in partijverzamelingen en theorieboeken nagaan wat er normaa l in die opening voor zetten gespeeld worden.

Naast het analyseren van je eigen partijen kun je eveneens veel leren van becommentarieerde partijen. Dat zijn partijen waar commentaar (tekst/varianten) bij de zetten staat. Het is een nuttige oefening om voordat je het commentaar van zo'n partij leest, eerst de zetten door te spelen en zelf een oordeel te vormen.

Om een sterke schaker te worden, is het belangrijker dat je van je eigen partijen leert, dan dat je wint. Aljechin wees al op het verlangen naar 'de schoonheid van de waarheid'.

Het is nuttig om studiemateriaal te bestuderen en oefeningen te maken, waarin thema's behandeld worden waarmee je in je eigen partijen moeite mee hebt. Als je een bepaald eindspel verknalt, is bijvoorbeeld nuttig om een dergelijke eindspel in deel van 4 van Euwe's Praktische Schaaklessen na te spelen.

In het boek 'Der selfstandige Weg zum Schachprof' schrijft de sterke grootmeester Yusupov het een en ander over analyseren. Hij meent dat hij zo sterk is geworden omdat hij altijd veel tijd aan de analyse van zijn eigen partijen besteedde. Yusupov stelt dat je nooit ver komt als je niet kritisch naar je eigen prestaties kijkt. Daarnaast moet je natuurlijk wel theorie bestuderen en zeker partijen van sterke schakers naspelen.

Je eigen partijen betekenen echter emotioneel het meeste voor je. Door ze te analyseren, kun je nagaan of allerlei ideeën, die je tijdens de partij hebt gebruikt, wel kloppen. Analyseren van winstpartijen is nuttig, want tegenstanders verzuimen geregeld mogelijkheden (jouw fouten) te benutten.

Bij een analyse gaat het vooral om de cruciale momenten. Dat zijn momenten waarop diverse keuzes mogelijk zijn. Op die momenten is het de vraag of het OORDEEL (waardering kenmerken en mogelijkheden van de stelling) en het PLAN (hoe pak je het aan, welke doelen) kloppen. Daarbij is zelfkritisch zijn uiterst belangrijk: willen leren van je tekortkomingen. Niet alleen moet je je fouten leren opsporen, je moet ook proberen er achter te komen waardoor je die fouten maakt. Een trainer kan daarbij heel goed helpen.

Verder is het belangrijk om nieuwe dingen te leren bij een analyse, waardoor je in het vervolg beter weet hoe je bepaalde stellingen moet aanpakken. Doordat het om je eigen partijen gaat en je er sterk emotioneel mee verbonden bent, leer je het meeste van conclusies die je uit je eigen partijen trekt.

Yusupov benadrukt verder dat het belangrijk is om eveneens openingen te analyseren als het daar fout gaat. Daarbij gaat het niet om uit het hoofd leren van zetjes, maar om te begrijpen wat het idee van een bepaalde opening is. Doordat je daar inzicht in krijgt, kun je zelf beter plannen bedenken.

Yusupov noemt als voorbeeld een partij waarin hij door Karpov helemaal werd weggespeeld. Wat hij vooral vervelend vond, was dat hij aanvankelijk helemaal niet begreep wat er mis ging.

Door echter grondig te analyseren, leerde hij veel van zijn eigen tekortkomingen en speelde hij daarna veel sterker. Tijdens deze analyses schreef hij de belangrijkste conclusies steeds op in een schrift.

GM Suetin zegt in zijn boek 'Schachtraining' een en ander over analyseren. Hij haalt oud-wereldkampioen Petrosian aan met wie hij samen trainde. Om te beginnen is het nuttig veelvuldig te oefenen met combinaties. Dat is de basis van het schaken. Daardoor blijf je scherp rekenen, herken je snel gevaar en leer je nieuwe ideeën (hoemeer ideeën je kent, hoe beter je een plan kunt maken en hoe creatiever je kunt zijn).

Volgens Suetin leer je nooit schaken als je bang bent om te verliezen. Ook kun je niet uitsluitend uit boeken leren.Echt schaken leer je in de praktijk, stelt hij. Ontwikkel zelf plannen en probeer zelfstandig stellingen te doorgronden. Angst voor verlies is daarbij een slechte raadgever.

Je kunt alleen wat bereiken als je zelfkritisch naar je eigen speelwijze en je psychologische tekortkomingen kijkt.Een trainer moet nuttige theorie en oefeningen aanbieden, maar daarbij moet hij de speler begeleiden in zelfstandig denken.Dat betekent dat er zelfstandig geanalyseerd moet worden.

Allereerst gaat het daarbij om het oplossen van combinaties (tegenwoordig kun je combinaties tegen computers uitspelen). Dit moet je blijven oefenen volgens Petrosian en Keres. Het vereist zelfdiscipline om dit regelmatig te doen, constateert Suetin, maar het is een wezenlijk onderdeel van je training.

Door veel te oefenen wordt het herkennen en uitvoeren van combinaties net zo makkelijk als je moedertaal spreken.

Correspondentieschaak is volgens Suetin een nuttig hulpmiddel om goed te leren analyseren. Je kan namelijk veel tijd aan een zet besteden en de stellingsmogelijkheden grondig bestuderen.

Daarbij noemt hij het nuttig om geregeld aan een sterkere speler commentaar over je ideeën te vragen.

Nuttig is ook om te kijken als sterke spelers hun partij analyseren (op toernooien heb je vaak die mogelijkheid).

Bij de analyse kun je bij uitstek als een kunstenaar te werk gaan. Je kunt je fantasie de vrije loop laten en zodoende op de meest interessante ideeën stuiten. Die ideeën kun je later uiteraard weer benutten.

Het is de ervaring van Suetin dat vooral die jeugdschakers wat bereiken die als een 'onderzoeker' te werk gaan. Dat wil zeggen: niet alleen maar willen winnen, maar vooral willen begrijpen en niets klakkeloos aannemen. Overigens noemde Botwinnik dat ook de kracht van Kasparov. Zo'n onderzoeker stampt niet klakkeloos theorie in zijn hoofd, hij probeert de ideeën te begrijpen en gaat na welke mogelijkheden een stelling biedt. Geller bijvoorbeeld vond zodoende allerlei interessante zijvarianten waarmee hij veel succes boekte.

Bij dit alles is het ook van belang dat je leert relativeren. Dat wil zeggen dat je accepteert dat een idee soms niet werkt. Wie niet kan incasseren, kan niet doorzetten en bereikt niets. Het helpt daarbij als je af en toe de humor van mislukkingen kunt inzien en beseft dat dat anderen ook overkomt.

Het belangrijkste is dat je weer wat geleerd hebt van het prachtige spel. Zonder zo'n houding en zonder enthousiasme zul je nooit ver komen.

Suetin constateert dat spelers die enthousiast zijn en vroeg met zelfstandig analyseren begonnen zijn, het verst komen. Hij stelt dat het daarbij belangrijker is een mooie partij te willen spelen, dan snel meester te willen zijn (dat komt wel).

Met een stelling uit een partij tussen Polugajevski en Petrosian (zwart verrast met een kwaliteitsoffer) maakt Suetin duidelijk hoe psychologische kwesties de uitslag van een partij kunnen beinvloeden. Hij pleit er daarom voor om bij de analyse ook aandacht aan psychologische factoren te besteden.

Tegenstanders kun je schaaktechnisch en psychologisch overigens beter leren kennen als je hun partijen analyseert.

Naast combinaties gaat het uiteraard ook om stellingsoordelen van partijen die een puur strategisch karakter hebben. Door veel te analyseren ontwikkel je je positiegevoel; dat wil zeggen dat je intuitief (= onderbewust) leert aanvoelen waar je stukken het beste staan. Naast bewust redeneren, is het nooit weg dat het onder bewuste de nodige suggesties aandraagt.

Suetin merkt op dat de Russische meester/psycholoog Blumenfeld al in de jaren dertig onderzocht heeft dat eigen partijen (waar je emotioneel mee verbonden bent) beter onthouden worden dan partijen van anderen. Suetin verbindt daaraan de opmerking dat het om dezelfde reden belangrijk is zelf ook commentaar te formuleren over partijen (in schrift). Daarbij is het nuttig vuistregels te formuleren, zoals de regel van Botwinnik: 'in tijdnood moeten de stukken elkaar blijven dekken'.

Het naspelen van becommentarieerde partijen noemt Suetin uiterst nuttig. Zeker als de spelers zelf hun partijen hebben becommentarieerd. Als voorbeeld noemt hij partijverzamelingen van Aljechin, Karpov en Capablanca.

Meermalen benadrukt Suetin hoe belangrijk het is niet alleen naar concrete varianten te kijken, maar eigen psychologische tekortkomingen eveneens onder ogen te zien. Met de bereidheid tot zelfkritisch denken en gezond verstand kom je daarbij een heel eind. Overigens kan het nuttig zijn een trainingspartner te vragen je psychologische zwaktes te beoordelen. Iedereen heeft blinde vlekken en een ander kan nuttige suggesties doen.

Bij zichzelf heeft Suetin gemerkt dat hij soms te schematisch (= aan de hand van de theorie) bleef denken, waardoor hij sommige concrete mogelijkheden niet opmerkte. Ook was hij soms te veel onder de indruk van zijn tegenstander. Juist door de vinger op de wond te leggen (eerst diagnose, dan therapie) kon hij gericht aan zijn psychologische tekortkomingen werken.Suetin benadrukt dat het verstandig is om al jong dergelijke zwaktes bij jezelf op te sporen en er aan te werken.

Nuttig noemt Suetin het aanleggen van een overzicht van voorbeeldstellingen die een bepaald thema heel duidelijk maken (een soort whauh-databank). Door dergelijke stellingen overzichtelijk te verzamelen en af en toe na te kijken, wordt het schaakgeheugen gevoed met 'ankerpunten' (referentiekader), die het denken richting kunnen geven en stimuleren.

Samenvattend geeft Suetin een aantal aanbevelingen:

  1. Noteer concrete varianten op papier.
  2. Breng de redenen voor een bepaald plan onder woorden. Werkte het plan, waarom eventueel niet.
  3. Welke psychologische fouten maakte je. Zijn daar algemene conclusies en vuistregels uit af te leiden.