Coaching/Training
Terug naar Index Coaching/Training
Didaktiek
Hoe een docent lesgeeft (didaktiek) bepaalt hoeveel plezier leerlingen ontlenen aan lessen en hoeveel kennis, inzicht en vaardigheden ze zich eigen maken. Een paar aanwijzingen.
- Belangrijk is
empathie. Dat wil zeggen dat de docent zich betrokken voelt bij zijn leerlingen.
- Stimuleer leerlingen zelf naar antwoorden te zoeken en met vragen te komen. Stel veel
'waarom'-vragen. ('Ik zou veel dingen geleerd hebben, als ze me niet waren uitgelegd').
-
Wissel kennisoverdracht en vaardigheidsoefeningen af. Wissel bovendien onderwerpen en werkvormen af.
- Sluit bij de presentatie van lesstof aan bij de
ervaringen en belevingswereld van leerlingen. De analysevragenlijst over eigen partijen kan daarbij nuttig zijn.
- Sluit ieder besproken onderdeel af met de vraag
'wat hebben we nu geleerd?'. Laat (dicteer eventueel) enkele notities maken in een schrift. Zo wordt nieuwe kennis actief verwerkt.
- Gebruik veel
voorbeelden: ze kunnen een onderwerp inleiden en verduidelijken. Werk van concrete zaken naar abstracties, niet andersom: eerst de elementen, dan het geheel.
- Maak aan het begin van de les duidelijk
wat je behandelt en
waarom.
- Denk eens aan de krant of het journaal van gisteren? Waar ging dat over? Veel kennis en inzichten gaan verloren doordat er niet actief iets met die kennis gedaan is. Laat
iets doen met aangeleverde kennis (diagrammen maken, samenvatting in dagboek maken). Evalueer ook (analysevragenlijst) a.d.h.v. gespeelde partijen of er wel in de praktijk gebruik (en hoe) wordt gemaakt van het geleerde.
-
Herhaal regelmatig dingen middels vragen en oefeningen.
- Een goede
sfeer is belangrijk bij leren. Hoe ontspannener leerlingen zijn, hoe meer ze kunnen verwerken. Verwijder allerlei storende omgevingsfactoren (herrie, afleiding).
- Als je
vertrouwen stelt in het prestatievermogen van leerlingen blijken ze veel meer te kunnen, dan wanneer je meent dat hun mogelijkheden beperkt zijn.
- Motivatie is een belangrijke factor bij leren.
Effectiefste motivator is
belangstelling, daarna beloning en dan pas straf.
Belangstelling ontstaat als de onderwerpkeuze en werkvormen aansluiten op belevingswereld van leerlingen. Beloning moet je doseren (niet te veel/weinig, anders heeft het geen effect).
Ook straf dien je te doseren, wil het effect hebben.
- Korte
pauzes. Doseer je lesstof en geef voldoende ruimte aan je leerlingen om te overdenken wat er besproken wordt.
- Pas op voor een
informatie-overkill (Capablanca: 'ik weet niet veel, maar wat ik weet beheers ik goed).'