Coaching/TrainingTerug naar Index Coaching/Training
Training met Mark Dvoretsky I
'Schaken is dope', Merijn van Delft
Begin april 1998 had ik de eer enige trainingssessies met Mark Dvoretsky door te brengen. Mijns inziens is hij de Louis van Gaal van het schaken, dus vol goede moed begon ik aan deze confrontatie met mijn eigen schaakvermogen! Ik heb het geweten, mijn bange vermoeden werd bevestigd: ik kan niet schaken.
Dat blijkt uit de volgende partij:
Merijn van Delft - Maris Krakops (2530), Groningen 19 dec 1997
1. e4 c5 2. Pf3 Pc6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pf6 5. Pc3 d6 6. Lg5 e6 7. Dd2 a6 8. 0-0-0 h6 9. Le3 Le7 10. f3
Er is een redelijk scherpe Siciliaan ontstaan, mijn kennis hield hier zo ongeveer op.
Een sterk alternatief is hier overigens 10. f4.
10. ... Pxd4 11. Lxd4 b5 12. Kb1 Tb8 13. De1
Best een interessant idee, het voorkomt e5 en dreigt zelf e5.
13. ... b4 14. Pe2 Dc7 15. b3
Doordat de loper op b2 een plaatsje vindt, wordt de witte stelling redelijk dynamisch.
15. ... e5 16. Lb2 Le6 17. Pc1?
Het eerste blijk van onbegrip. Dit is veel te passief. Ik ga mijn koning overmatig zitten verdedigen (een paard is de ultieme verdediger van de koning), terwijl van enig gevaar niet echt sprake is. Het was tijd om via 17. g4 voor het initiatief te vechten.
17. ... a5 18. g4 0-0 19. h4
Ik had sterk het idee dat ik mijn tegenstander aan het verpletteren was, maar dat viel onwijs tegen.
19. ... Pd7 20. Dd2 Tfc8 21. La6 Td8 22. g5 h5 23. Pe2?
Het tweede blijk van onbegrip. De coördinatie tussen de witte stukken raakt verstoord.
Een zinnig alternatief is 23. Lf1, gevolgd door 24. Lh3 zodat er een keertje g6 gaat dreigen.
Het meest to the point is wellicht 23. f4 exf4, 24. Dxf4 Pe5 en nu 25. Le2 of 25. Pd3.
23. ... Pc5 24. Ld3 d5
Zwart neemt het heft stevig in handen.
25. De3?
Het derde blijk van onbegrip, hoewel achteraf gezien een verstandige praktische keuze. Wit lokt het sterke d4 uit en kan het in feite schudden. Maar als zwart niet toeslaat (beide spelers zaten al redelijk in tijdnood) krijgt wit weer nieuwe kansen.
25. ... d4 26. Dd2 a4 27. f4
Het is buigen of barsten.
27. ... Pxd3?
Achteraf bleek 27..axb3 gevolgd door een stukoffer op b3 zeer sterk voor zwart te zijn.
28. Dxd3
Wit leeft weer.
28. ... exf4 29. Tdf1 axb3 30. axb3 f3 31. Txf3 Lg4 32. Tf2 Lxe2 33. Txe2 Tbc8?
Zwart verliest in tijdnood een belangrijk tempo, hij had moeten anticiperen op de witte dreigingen g6 en e5-e6.
34. e5
Ongetwijfeld nog sterker was 34. g6! en de zwarte koning komt na zetten als e5 en Tg1 zwaar op de tocht te staan.
34. ... Dc6 35. Tg1 Dg6 36. e6?
Het vierde blijk van onbegrip. Sterker is namelijk 36. Dxg6 fxg6, 37. Td1. Samen met Dvoretsky kwam ik tot de volgende variant: 37..Lc5, 38. Te4 Td5, 39. e6 Kf8, 40. Lxd4 Ke8, 41. Td3 Lxd4, 42. Txd4 Txd4, 43. Txd4 Tb8, 44. Td7 Tb6, 45. Txg7 met groot voordeel.
36. ... Dxd3 37. exf7 Kxf7 38. cxd3 Lc5?
Weer veel te passief.
39. g6 Kg8 40. Tg5 Tf8
Conclusie na de onstuimige tijdnoodfase: wit staat gewonnen.
41. Tc2 Le7 42. Txc8 Txc8 43. Txh5 Td8 44. Tb5
Dvoretsky onderscheidt in het algemeen twee benaderingen in een stelling:
I. De directe benadering, een concrete oplossing zoals de tekstzet (in dit geval een acceptabele keuze).
II. Eerst je stelling met rustige zetten proberen te verbeteren alvorens iets concreets te ondernemen; in deze stelling zou dat 44. Kc2 zijn (in dit geval niet noodzakelijkerwijs beter).
44. ... Lxh4 45. Txb4 Lf6 46. Tb7?
Het vijfde blijk van onbegrip en een vrij ernstige. De zetten 25. De3? en 36. e6? waren simpelweg fouten, maar hier komt een totaal gebrek aan inzicht, techniek en in hogere zin talent om de hoek kijken.
De tekstzet ligt zeer voor de hand en dringt zich erg op, maar daarmee mis ik de kern van de stelling volledig. Een korte beschouwing van waar het dan wel omdraait:
De witte vrije b-pion gaat wit de winst bezorgen (zover was ik tijdens de partij ook nog wel) en het gaat er om de zwarte koning buiten spel te houden. De zeer sterke pion op g6 is in potentie erg zwak en heeft dus enige steun nodig, kortom de witte toren hoort op de zesde rij thuis! Ik begreep tijdens de partij dat ik de zwarte koning op f8 kon irriteren met La3 schaak, maar wat ik niet doorhad is dat een witte toren op de e-lijn de zwarte koning dan ook werkelijk gevangen zou houden. Resumerend kan men stellen dat e6 het ideale veld voor de witte toren is.
Nog wat algemene wetten die Dvoretsky uitdraagt:
46. ... Kf8 47. La3 Ke8 48. Lc5
Interessant is ook meteen 48. b4.
48. ... Td5 49. b4 Tg5
De zwarte koning is min of meer gecentraliseerd en de pion op g6 gaat sneuvelen. Kortom zwart heeft genoeg voor remise.
50. Kc2 Txg6 51. Kb3 Tg1 52. Kc4 Tc1 53. Kd5 Td1 54. b5 Txd3 55. b6
Ik moet toegeven dat ik tijdens de partij heel enthousiast was over alle actieve zetten die ik eruit gooide, maar het is toch echt remise.
55. ... Tb3 56. Kc6 d3 57. Td7 Lg5 58. b7 d2 59. Td5
59. Td4 Txb7! =
59. ... Lf4 60. Ld6 Lxd6 61. Txd6 Tc3
1/2 - 1/2, 'Schaken is dope', Merijn van Delft