Have much fun!! Coaching/Training

Terug naar Index Coaching/Training

Begin april 1998 gaf Mark Dvoretsky een aantal trainingen in Apeldoorn. Uit het hele land kwam een aantal sterke spelers met hem trainen. Zo ook IM Karel van der Weide, die onderstaand verslag schreef.

Een training met Dvoretsky II

Vrijdag 3 april ontmoette ik bij Karel van Delft thuis de beroemdste schaaktrainer van de wereld, namelijk Mark Dvoretsky. Hij is onder andere de man die Yusupov en Dolmatov naar de wereldtop bracht. Hoe hij dit deed, met welke trainingsmethoden, staat in de vele boeken die hij geschreven heeft.
Samen met Merijn van Delft kreeg ik die dag een training van Dvoretsky. Mijn doel was deze levende legende een keer van dichtbij mee te maken en te kijken hoe hij werkt. In mijn dubbelrol als speler en trainer probeer ik er iets van op te steken.
We beginnen met een tweetal partijen te bespreken die ik onlangs in Reykjavik (IJsland) gespeeld heb. Hoewel ik de partijen met vrienden, met de computer en zelf al goed bekeken had, vindt Dvoretsky nieuwe interessante momenten. Mijn verliespartij tegen GM Ivan Sokolov (2625) uit Bosnië stikt van de leerzame fouten. Ik hoop die partij ooit nog eens aan jullie te laten zien.
Hierna heeft Dvoretsky enkele overdenkingen voor ons. Hij vertelt dat het uit je hoofd leren van veel openingstheorie weinig zin heeft. Kennis van midden- en eindspel is veel belangrijker. Hier worden pas echt de fouten gemaakt die een partij beslissen. Een mindere openingsfase kan in het vervolg van de partij ruimschoots goed gemaakt worden. Elke speler moet volgens Dvoretsky zijn sterke en zwakke punten kennen. Voor wie zijn zwakke punten nog niet kent heeft hij een goede tip: maak een lijst met fouten die je in de laatste drie toernooien gemaakt hebt. Schrijf erbij wat voor fout het is en waarom je denkt deze gemaakt te hebben. Als het goed is, kun je nu uit de foutenlijst conclusies trekken.
Dvoretsky geeft vervolgens een opsomming van leerzame schaakboeken (niet volledig):

Ik zou hier de boeken van Dvoretsky zelf aan toe willen voegen. Hij vindt in schaakboeken belangrijker dat schrijvers niet alleen varianten geven, maar vooral veel 'tekst', dat wil zeggen dat ze uitleggen waarom ze een zet doen, hoe ze denken, rekenen, een beslissing nemen, enz.

Nu worden Merijn en ik aan het werk gezet. Dvoretsky bezit een grote hoeveelheid instructieve (= leerzame) stellingen. Veel staan er in zijn boeken, maar hij heeft ze nu ook in een databaseprogramma. Een aantal goede spelers heeft dit programma al gekocht: Sjirov, Oll, Kaidanov, Chernin om er een paar te noemen.
Dvoretsky stelt voor dat wij vijf stellingen binnen vijftien minuten oplossen. Voor elke fout die we maken, gaat er echter vijf minuten af. Als ik jullie vertel dat het ons zelden lukte de derde stelling te halen, weet je wel hoe het ging! We werden helemaal gedold. Sommige opgaven waren erg moeilijk, wat dacht je van deze? (Probeer eerst zelf op te lossen).

Wit: Kf4, Te2, Pb5
Zwart: Kg1, pion g2 en b6
Wit speelt en wint.

We kwamen er niet uit. Na bijvoorbeeld 1. Kg3 Kh1, 2. Txg2 is het pat. De goede oplossing was 1. Tc2! Kh1, 2. Pd4 g1 (D), 3. Pf3! en zwart staat klem, de dame gaat altijd verloren.

Ook deze was pittig:

Wit: Ka7, pion a3
Zwart: Kf1, pion a4 en c7.
Wit speelt en maakt remise.

Ik speelde 1. Ka6 Ke2, 2. Kb5 Kd3, 3. Kxa4 c5. Zwart promoveerde eerder en won. Ziet iemand hoe het wel moet?

Bij het volgende pionneneindspel ging ik weer de mist in:

Wit: Kf3, pion a2, b3, c2 en g4
Zwart: Kf6, pion a5, b4 en h6.
Wit speelt en wint.

Ik dacht de oplossing te zien en speelde: 1. Kf4 Kg6, 2. c4 bxc3 (ep), 3. Ke3 Kg5, 4. a3 want ik had berekend dat mijn a-pion buiten het vierkant van de zwarte koning lag. Maar ik werd door Dvoretsky getruct! 4..Kxg4, 5. b4 axb4, 6. a4 b3, 7. Kd3 b2, 8. Kc2 Kf3!, 9. a5 Ke2, 10. a6 b1 (D), 11. Kxb1 Kd2 en wit belandde in een minder dame-eindspel.

Wat had ik wel moeten doen? (Goede oplossingen bij Merijn en mij verkrijgbaar).

Dit was erg leerzaam. Je denkt de volledige winstvariant te hebben berekend en wordt dan verrast. Dvoretsky zegt dat je niet moet proberen alles te berekenen. Je moet rekenen tot het volgende 'beslissingsmoment', dat wil zeggen het moment dat je kunt kiezen. Daar ga je weer nadenken. Enige en verplichte zetten moet je snel doen. Dit alles is efficiënt en bespaart tijd.

Als laatste oefening mochten Merijn en ik een aantal stellingen door consultatie tegen Dvoretsky uitspelen. Dit was de mooiste:

Wit: Kd5, Lc3, pion b4
Zwart: Kf5, Ld8
Zwart speelt en maakt remise.

Dit was de slotstelling uit een partij Capablanca - Janovsky en de zwartspeler gaf hier op! Dvoretsky had ons van tevoren uitgelegd wat de zwarte strategie moest zijn. Als het niet lukt de zwarte koning voor de witte pion te krijgen, waarna het meteen remise is, moet de zwarte koning achter de pion blijven om eraan te 'plakken'.
Ons begin was goed: 1..Kf4, 2. Ld4 Kf3, 3. b5 Ke2, 4. Kc6 Kd3, 5. Lb6 Lg5, 6. Lc7 Le3, 7. Kd5.
Tot zover logisch en optimaal gespeeld door zwart. Als de strategie bekend is, hoef je hier nauwelijks over na te denken. Nu is echter een beslissingsmoment aangebroken. Wit dreigt Ld6/Lc5 waarna de pion b7 bereikt. Dan staat zwart verloren. Dit werd door ons onderschat: 7..Lf2?, 8. Ld6 Le3, 9. Lc5 Lf4, 10. b6 Lg3, 11. b7 Lb8, 12. Ld6 La7, 13. Lg3 Kc3, 14. Kc6 Kc4, 15. Kc7 Kd5, 16. Kc8 en wit wint door de volgende zet zelf Lf2 te spelen.
Merijn vond later dat we 7..Ld2! hadden moeten spelen. Na 8. b6 maakt zwart met het taktische grapje 8..La5 inderdaad remise.
Dvoretsky voegde na deze slachting toe dat hij momenteel een 12-jarig jongetje traint dat al dit soort opgaven moeiteloos oplost. Goed voor je zelfvertrouwen, zo'n training met Dvoretsky!

Tot slot gaf hij ons de gelegenheid tot het stellen van enkele vragen. Ik vroeg hem wat hij er van vond dat er nauwelijks meer wordt afgebroken en of hij niet bang is dat hij minder boeken verkoopt omdat hierin het analyseren van afgebroken partijen een belangrijk onderwerp is.
Dvoretsky vindt het verdwijnen van het afbreken jammer, maar wat kan hij er aan doen? Dat de verkoop van zijn boeken kan teruglopen, interesseert hem niet. Commerciëel succes laat hem koud. In tegenstelling tot andere trainers die volgens Dvoretsky sneller een boek op de markt brengen dan één geschikte trainingsopgave vinden! Zelfs aan zijn computerprogramma verdient Dvoretsky nauwelijks geld. Hij adverteert er niet mee.
Een andere vraag was of het voor je schaaksucces zinvol is naar school te gaan of een studie te volgen (nu wordt het interessant hè?).
Dvoretsky zegt dat je kansen vergroot worden als je naast het schaken aan 'geestelijke vorming' doet. Naar school gaan en iets leren verruimt je (denk)mogelijkheden. Het is echter geen garantie voor succes. Op de vraag of het doen van (andere) spelletjes (kaarten, scrabble enz.) een positieve invloed heeft op je schaken, antwoordde Dvoretsky ontkennend. Bij spelletjes doen zich volgens hem, in vergelijking met het schaken, onrealistische situaties voor. Het is wel nuttig als ontspanning.
Hier ben ik het niet met hem eens. Spelletjes kun je zien als hersengymnastiek. Hardlopen is voor een wielrenner ook nuttig; hij houdt zijn conditie op peil en zo houden spelletjes de hersenen fit.
Om half vier besloten we er een punt achter te zetten. Ik was doodop. Het was het zeker waard. Later kan ik mijn kinderen vertellen dat ik Dvoretsky gezien, gehoord en gesproken heb.

Karel van der Weide