Coaching/TrainingTerug naar Index Coaching/Training
Programma en weekschema
Jeugdspelers met ambities moeten systematisch trainen. Een programma en een weekschema zijn daarbij belangrijk.
Het schaakdenken bestaat uit diverse onderdelen, zoals rekenen, combinaties toe kunnen passen, thema's herkennen, plannen maken, vuistregels toepassen en dergelijke.
Die functies moeten getraind worden. Daartoe moet informatie bestudeerd worden en moeten oefeningen worden gemaakt.
Leren gebeurt het beste als er afwisselende vormen gebruikt worden. Sommige dingen kun je beter alleen doen, andere beter met een trainer en/of trainingspartner.
Ook is het nuttig om per tijdsperiode te bereiken doelen vast te stellen, waar gericht naar wordt gewerkt (goal-setting).
In een trainingprogramma kun je diverse nuttig geachte onderdelen en werkvormen op een rijtje zetten. Een weekschema draagt er toe bij dat de zaken regelmatig worden aangepakt.
Hierbij is het handig om ruimte te laten voor het volgen van eigen interesses en een keertje overslaan. Het is zinnig om de diverse nuttig geachte onderdelen elke week terug te laten komen in een schema en af te spreken dat driekwart van de onderdelen gedaan wordt. Een kwart van de onderdelen kan bestaan uit 'vrije ruimte', grasduinen in boeken e.d.
Verder is het nuttig een onderscheid te maken tussen tactische en positionele onderwerpen. Bijvoorbeeld een kwartier per dag tactische opgaven en een half uur positionele onderwerpen.
Door het weekschema wekelijks uit te printen kan afgestreept worden wat al is gedaan. Het programma en weekschema moeten in overleg tussen trainer en speler worden opgesteld.
Eenrichtingsverkeer van trainer naar speler is zinloos. Een programma en weekschema werken alleen als de speler hier het nut van inziet en het zelf mede vorm heeft gegeven.