Have much fun!! Coaching/Training

Terug naar Index Coaching/Training

Doping in de denksportwereld II

'We zijn nu ook een sport want we moeten plassen'

Artikel in Trouw - zaterdag 19 augustus 2000
Rubriek: schaken - Auteur: Co Welgraven

Jan Timman zal nooit en te nimmer met zijn plasje naar de dopingcontrole gaan. "Ik vind dat zo vernederend, ik zal daar niet aan mee doen. Waarom zou ik ook? Het dopingprobleem komt bij ons eenvoudigweg niet voor."

Nederlands beste schaker is bereid alle consequenties van zijn onwrikbare opstelling te dragen. Al zou de schaakbond hem als lid willen royeren, of hem uit willen sluiten van toernooien, dan nog zal hij zich niet aan een controle onderwerpen. Dat kan betekenen dat hij duikelt op de zogeheten Elo-lijst waarop de prestaties en onderlinge krachtsverhoudingen van de schakers worden bijgehouden, maar dat moet dan maar: "Als je een principieel standpunt inneemt, moet je de gevolgen op de koop toe nemen."
Timman reageert op het advies van het Nederlands Centrum voor dopingvraagstukken (NeCeDo) om ook bij schaken, dammen, bridge en go te onderzoeken of de spelers 'clean' zijn. Er bestaan nu eenmaal stoffen die voor denksporters 'prestatiebevorderend' zijn, maar die tegelijkertijd de gezondheid kunnen schaden. De schrijvers van het rapport van het NeCeDo hebben een indrukwekkende lijst opgesteld: amfetaminen, efedrines, cocaïne, bèta-blokkers, nicotine en stoffen die zorgen voor een vergrote zuurstofbeschikbaarheid van de hersenen.
De effecten van deze middelen zijn klein, zegt het NeCoDo, maar alleen al het feit dat het met een lijst komt en een dopingcontrole aanbeveelt, suggereert dat er sprake is van een misverstand.
Zouden schakers en dammers gedrogeerd achter het bord zitten en een loopje met hun gezondheid nemen? Timman moet er om lachen. "Ik weet van mezelf dat ik niet gebruik en ik weet het van m'n collega's ook. Het is een onzinnig voorstel. Zulke dopingcontroles kosten een hoop geld, er moet veel georganiseerd worden, en dat allemaal vanwege een probleem dat in de praktijk niet bestaat."
Ook bij jeu de boules en kaatsen was een sterk verzet tegen dopingcontrole
Timman zou wel eens willen weten welk middel de prestaties van een schaker verhoogt. Bètablokkers kunnen het niet zijn. Hij verwijst naar een experiment uit de jaren zeventig: "Een Duitse arts en tevens goed schaker, Helmut Pfleger, speelde een partij tegen Spasski terwijl hij onder invloed van een bètablokker was. Hij zou weliswaar altijd verloren hebben, maar deze keer was hij zo kansloos en was hij ook zo gedwee. Dat middel had dus een negatief effect."
In de voormalige DDR is ook bij denksporten geëxperimenteerd met doping, want op dat terrein moesten de sporters eveneens bovenaan staan.
Timman: "Ze hebben twee groepen geformeerd die tegen elkaar moesten schaken. De ene had wel doping gebruikt, de andere niet. En vice versa. Na een tijdje zijn ze met de proef opgehouden. Het bleek geen enkel effect te hebben."
Volgens schaakjournalist Lex Jongsma snijdt een schaker die de bekende stimulerende middelen gebruikt, zich zelf in de vingers: "Je wordt er veel te optimistisch van, je gaat je tegenstander onderschatten en dat is dodelijk."
Een wonderpil, die wél gunstig zou werken, is er voorzover hij weet niet. "Als het middel er wél zou zijn, zou het allang zijn toegepast."
J. Haijtink, bondsdirecteur van de Koninklijke Nederlandse Dambond, is het met Timman eens dat dopinggebruik bij de denksporten niet voorkomt. 'Pure werkverschaffing', zo omschrijft hij de voorstellen van het NeCeDo. "In principe is het onzin, die controle, want het probleem bestaat gewoon niet."
Toch zal er wel iets moeten gebeuren, want de internationale denksportbonden (ook die in Nederland) zijn bezig met erkenning door het IOC (het Internationaal Olympisch Comité) of de GAISF, de internationale federatie van niet-olympische sporten. Haijtink: "Die organisaties hanteren doping-reglementen, ze kennen lange lijsten van verboden middelen. Als je zo'n internationale erkenning wilt, zul je eerst die reglementen moeten aanvaarden. Al zijn we bezig voor denksporten een aparte lijst op te laten stellen, want het zou natuurlijk merkwaardig zijn om dezelfde lijst te gebruiken als bij krachtsporten."
Dammers zullen er op termijn dus aan moeten geloven. En zo erg als Timman het doet voorkomen, is het in de praktijk nou ook weer niet, vindt Haijtink, al neemt hij zelf ook de term rompslomp in de mond. "Het is een kwestie van wennen. Binnen een paar jaar is het ingeburgerd en weet je niet anders."
Piet van der Kruk, directeur van het Nederlands Centrum voor dopingvraagstukken, hamert erop dat de lijst die zijn club heeft voorgesteld veel korter is dan die van het IOC. "Wij hanteren een lichter regime." De denksporters zouden dus blij moeten zijn met het advies en sommigen zijn dat ook.
Van der Kruk, voormalig gewichtheffer, maakt een rondgang: "De bridgers hebben ons advies omarmd, die zijn al een stuk verder met de internationale erkenning. Bij de laatste wereldkampioenschappen bridge is ook al op doping gecontroleerd. Met de dambond hebben we goed overleg. Bij de Go-bond zegt het bestuur: 'aan dopingcontrole valt niet te ontkomen', maar sommige spelers willen er helemaal niets mee te maken hebben. Ook de schakers zijn verdeeld, bij hen ligt ons voorstel wel erg gevoelig. De jongere generatie is geen tegenstander van dopingcontrole, de oudere wel, zoals Jan Timman."
Volgens Van der Kruk is het een standaardreactie om te zeggen: bij ons wordt niet gebruikt. "Bij het wielrennen en de krachtsporten hoorde je aanvankelijk ook alleen maar ontkenningen. Net als, iets korter geleden, bij jeu de boules en het kaatsen. Daar was het verzet heel sterk. Tegenwoordig wordt er gewoon gecontroleerd. Zonder problemen."
Maar zijn er dan concrete aanwijzingen dat er bij het dammen en schaken doping wordt gebruikt? Rens van Kleij, medewerker van het NeCeDo en één van de opstellers van het rapport: "Ik acht het niet uitgesloten dat er zogeheten brainpillen in omloop zijn. Of amfetamine, of zuurstofbevorderaars. Maar de vraag naar concrete aanwijzingen is voor ons niet relevant. De vraag die wij voorgelegd kregen, was: Kan er sprake zijn van doping bij denksport, is het mogelijk? Dáár hebben wij antwoord op gegeven."
De vraag was afkomstig van staatssecretaris Vliegenthart van WVS. Zij heeft inmiddels laten weten zich te kunnen vinden in de conclusies van het rapport van het NeCeDo. De bewindsvrouw gaat de komende maanden overleggen met de diverse denksportbonden over een eventuele dopingcontrole. Ze heeft een stok achter de deur: bonden die dwarsliggen kunnen gekort worden (per jaar vijf procent) op de overheidssubsidie.
Ter illustratie: de schaakbond krijgt per jaar 292000 gulden van WVS, de dambond 125000 en de bridgebond ruim zesenhalve ton.
'Het zou consequent zijn, nicotine en cafeïne op de lijst te zetten'
Die dreigende korting is volgens schaker Jan Timman de reden dan dammers en bridgers in zijn ogen zo weinig ruggengraat tonen. "Die willen alleen maar de subsidie opstrijken." Volgens hem rammelt het rapport van het NeCeDo aan alle kanten:"Als ze consequent waren geweest, hadden ze cafeïne en nicotine op de lijst gezet. Anders dan bètablokkers en amfetamine worden die producten wél gebruikt, en op grote schaal. Maar dat doen ze niet, juist met het argument dat die middelen zijn ingeburgerd. Dat is niet logisch."
Timman ziet in de dopingcontrole een inperking van de vrijheid. "Daar ben je geen schaker voor geworden. Je hebt juist voor de vrijheid gekozen." Dat de jonge lichting schakers veel milder over het voorstel is, kan hij wel verklaren:"Die zijn wat laconieker, die zeggen: we zijn nu ook een sport, want we moeten plassen."[]