Coaching/Training
Terug naar Index Coaching/Training
Analysevragenlijst
Door eigen partijen te analyseren leer je van ervaringen. Dat levert inzichten op die je in de toekomst kunt gebruiken. Een analysevragenlijst kan helpen partijen grondig te analyseren.
Als je een partij analyseert moet je aan veel dingen denken. De belangrijkste punten komen in deze lijst aan de orde. Niet alle vragen zijn elke keer van toepassing. Analyseren van partijen kost tijd. Het voordeel is echter dat je ontdekt wat je sterke en zwakke punten zijn. Bedenk je dat je beter één partij goed kunt analyseren, dan tien vluchtig. Vul de vragenlijst eerst zelf in en bespreek hem dan met een sterke speler.
Het is ook nuttig om een partij na afloop met je tegenstander te analyseren. Je tegenstander kan je wellicht bepaalde dingen uitleggen. Ook is het leerzaam omdat hij/zij misschien op een heel andere manier over de partij heeft nagedacht. Dit geldt ook bij gewonnen partijen!
Op basis van je ervaringen kun je de lijsten nog aanvullen. Je kunt eveneens een lijstje aandachtspunten maken voor zaken waar je voortaan speciaal op wilt letten.
Schaaktechnisch
- Welke opening werd er gespeeld? Speel je hem vaker? Waarom? Ken je de ideeën van die opening? Ken je de trucs ervan? Is het een rustige of een agressieve opening?
- Tot welke zet kende jij de opening? (tip: kijk eens na wat er in openingsboeken over te vinden is).
- Waren er opmerkelijke dingen in de opening? (bijv. zetverwisselingen, onnodig tempoverlies)
- Over welke zetten heb je lang nagedacht? Waarom?
- Door welke zetten van je tegenstander werd je verrast? Wat had je wel verwacht en wat had je daar op gepland?
- Welke zetten van jezelf en je tegenstander vind je erg goed? Waarom? (je kunt dit in varianten beschrijven en/of in woorden). Heb je vooral actief (initiatiefrijk) of passief (afwachtend) gespeeld? Waarom?
- Welke zetten van jezelf en je tegenstander vind je erg slecht? Waarom?
- Bekijk de lijst van Steinitz. Waren er momenten in de partij waarin jij of je tegenstander een van de voordelen kreeg? Welke fout was hier de oorzaak van? Wat waren de gevolgen voor de partij?
- Bij welke zetten begon je met de uitvoering van een plan? Kun je in woorden omschrijven wat dit plan precies inhield? Denk je nu dat het een goed of een slecht plan was? Ben je op een bepaald moment van plan veranderd? Waarom?
- Weet je ook welk plan je tegenstander heeft gevolgd? Vind je dat je daar tijdens de partij genoeg aandacht aan hebt besteed? Wat is jouw oordeel over dat plan?
- Waren er momenten in de partij dat je geen idee had wat het plan zou moeten zijn? Wat was de reden voor de zet die je toen uiteindelijk hebt gespeeld? (tip: beter een klein plan of een matig plan, dan geen plan).
- Was je bekend met het type stelling? Zo ja, geef dan aan waar je het type stelling van kent. Zo nee, vond je het moeilijk een plan te vinden? Waarom?
- Had je de mogelijkheid iets te offeren? Waarom heb je het wel of niet gedaan?
- Heb je op een gegeven moment de keuze gehad tussen een tactische of een positionele strijd? Waarom heb je gekozen voor het een of het ander? Speelde de sterkte van je tegenstander een rol bij die keuze?
- Welke tactische middelen heb je gebruikt?
- Zijn er mogelijkheden geweest om af te wikkelen naar een bepaald soort eindspel? Waarom heb je dat wel of niet gedaan?
- Heb je op bepaalde cruciale momenten over alternatieve voortzettingen nagedacht? Wat waren die voortzettingen en wat voor soort stelling zou er dan zijn ontstaan?
- Wat was de beslissende fout in de partij? Waarom?
- Welke suggesties heeft je tegenstander na afloop gedaan?
- Welke onderwerpen ga je n.a.v. deze partij (nog eens) bestuderen?
- Welke schaaktechnische vuistregels kun je voor jezelf halen uit deze partij?
- Wat vond je het meest leerzame van deze partij?
Tactische middelen / combinatie motieven
Deze middelen zijn gericht op het verkrijgen van de voordelen die in de lijst van Steinitz worden genoemd.
- voordelige ruil
- tweevoudige aanval
- penning
- uitschakelen van de verdediging (slaan/wegjagen)
- dubbele aanval
- aftrekaanval/schaak
- röntgenaanval/schaak
- onderbreken
- lokken
- blokkeren
- magneetcombinatie
- koningsaanval
- bezetten van de zevende rij
- jagen en richten
- veld- of lijnruiming
- tempowinst
- stukken binden en/of overbelasten
- zetdwang
- stille zetten
Elementen van Steinitz
- blijvende voordelen:
- materieel voordeel
- slechte koningspositie
- vrijpion
- zwakke pionnen
- zwakke velden
- zwak leurcomplex
- groepjesregel
- sterk pionnencentrum
- loperpaar in open stelling
- controle van een lijn
- controle van een diagonaal
- controle van een rij
- tijdelijke voordelen:
- slechte positie van een stuk
- gebrek aan harmonie in de positie van de stukken
- voorsprong in ontwikkeling
- stukkenconcentratie in het centrum
- ruimte voordeel
Schaakpsychologisch
- Met welke verwachtingen begon je de partij? Waarom? Is dat uitgekomen?
- Hoe voelde je je? Waarom?
- Wat wist je van je tegenstander? Heb je daar rekening meegehouden? Hoe?
- Had je psychologische problemen tijdens de partij (zenuwen, twijfel, overmoed, gretigheid, faalangst, gebrek aan wilskracht enz.)?
- Heb je last van `slechte eigenschappen' tijdens de partij? (bijv. te snel een stuk aanraken)
- Hoe was je zelfbeheersing? Was je zelfverzekerd?
- Hoe was je concentratievermogen?
- Hoe was het tijdsverbruik (ook van je tegenstander)
- Werd je gestoord door dingen die om je heen gebeurden?
- Heeft de tegenstander psychologische trucs uitgehaald? Hoe reageerde je daar op?
- Was je vermoeid (vooraf, achteraf)? Zo ja, hoe kwam dat?
- Hield je te veel vast aan je eigen plan of hield je ook rekening met het plan van je tegenstander?
- Kon je makkelijk besluiten nemen?
- Heb je inspanning en ontspanning afgewisseld?
- Was je bang voor je tegenstander? Zo ja, waarom?
- Hoe creatief was je in deze partij?
- Heb je je tegenstander laten zien hoe je je voelde (heb je bijvoorbeeld laten merken dat je onzeker was)?
- Hoe was je humeur? Had dat invloed op je spel?
- Raakte je in paniek tijdens de partij? En je tegenstander? Zo ja: Op welk moment was dat? Wat zou daar de reden van kunnen zijn?
- Deed je aan 'hoopvol denken' tijdens de partij ('ik doe dit omdat m'n tegenstander dan misschien wel dat doet')
- Was je met de partij zelf bezig of meer aan het denken over: de uitslag, het publiek, je tegenstander, twijfel?
- Had je zin om goed te spelen? Waarom wel/niet?
- Wat deed je toen het moeilijk werd?
- Heb je je vooral ingesteld op een goede uitslag (1-0) of op het spelen van een zo goed mogelijke partij?
- Heb je blunders begaan? Zo ja, waardoor?
- Heb je in je eigen tempo de partij gespeeld of heb je je laten beinvloeden door het tempo (langzaam, snel) van je tegenstander? Was dat in deze partij verstandig?
- Heb je gevochten tot alle mogelijkheden benut waren?
- Heb je je tijd goed verdeeld? Heb je voldoende tijd uitgetrokken om je te verdiepen in de cruciale momenten tijdens de partij?
- Heb je bepaalde voortzettingen niet verder bekeken omdat ze 'voor je gevoel' toch niet konden?
- Heb je je op een of andere manier laten beinvloeden door het gedrag van je tegenstander?
- Kun je na afloop 'afscheid' nemen van een partij?
- Heb je je geërgerd aan je tegenstander? waarom?
- Heb je af en toe gekeken wat je zou doen als je de tegenstander was?
- Welke dingen ga je voortaan anders doen?